In Lindenholt begint het hechte wijkverband bij de inhoud

Hoe bouw je aan een hecht wijkverband in een wijk waar professionals elkaar al goed weten te vinden? In Lindenholt besloten ze niet nóg een overlegstructuur op te tuigen. Ze begonnen bij een concreet gezondheidsvraagstuk in de wijk: obesitas. Dat levert inmiddels niet alleen nieuwe inzichten op over obesitaszorg, maar ook over samenwerken.

Toen WijkGezond in Lindenholt aan de slag ging met de ontwikkeling van een hecht wijkverband, was het enthousiasme niet meteen vanzelfsprekend. Er bestonden immers al allerlei samenwerkingsverbanden en korte lijnen tussen zorg en welzijn. Waarom zou daar nog een nieuw kernteam bij moeten?

Wijkcoördinator Janet Kleis begrijpt die eerste reactie. In plaats van te beginnen met de vraag wie er in een kernteam moest zitten, werd daarom eerst gekeken waar professionals in Lindenholt gezamenlijk iets te doen hadden. Er was al ervaring met stadsdeelprogrammering, maar daarin lag het accent vooral op welzijn. Voor het hechte wijkverband werd juist gezocht naar een gezondheidsthema dat kenmerkend is voor de wijk. Uit de GGD-cijfers kwamen onder andere mentale gezondheid en obesitas naar voren. De keuze voor de eerste gezamenlijke aanpak viel op obesitas.

Geen nieuwe overlegtafel

Dat uitgangspunt is ook letterlijk terug te vinden in de startnotitie van het wijkverband. De huisartsen stelden als voorwaarde dat het hechte wijkverband geen nieuwe beleidsoverlegtafel zou worden, maar een plek waar professionals gezamenlijk belangrijke gezondheidsproblemen in Lindenholt aanpakken. Daarbij sluiten naast huisartsenzorg, wijkverpleging, welzijn, apotheek en paramedici andere professionals aan wanneer het onderwerp daarom vraagt.

Dat heeft geleid tot een vorm die in Lindenholt een proces-MDO wordt genoemd. Anders dan in een regulier MDO is het niet de bedoeling om met elkaar een behandelplan voor één patiënt te maken. Een casus wordt juist gebruikt om uit te zoomen: hoe organiseren we met elkaar de zorg en ondersteuning, wat gaat goed en waar zitten gaten of kansen voor betere samenwerking? Tijdens de eerste bijeenkomst werd dat verschil meteen duidelijk gemaakt: niet proberen de ingebrachte casus op te lossen, maar vanuit de eigen praktijkervaring kijken wat professionals herkennen en wat daarvan te leren valt voor de zorg aan mensen met obesitas in Lindenholt.

Obesitas blijkt al snel over veel meer te gaan

En juist daar begint het interessant te worden. Want zodra huisarts, praktijkondersteuner, apotheker, diëtist, wijkverpleging en sociaal domein samen naar obesitas kijken, blijkt het gesprek al snel niet meer alleen over gewicht en leefstijl te gaan.
Obesitas kan samenhangen met pijn en artrose, psychische problemen, schulden, cultuur of een verstandelijke beperking. In de eerste bijeenkomst ontstond bijvoorbeeld het inzicht dat professionals soms vooral naar het gewicht en een mogelijke verwijzing kijken, terwijl eerst andere problemen aandacht nodig kunnen hebben.

In de tweede bijeenkomst werd die lijn verder doorgetrokken. Hoe doorbreek je bijvoorbeeld de vicieuze cirkel van pijn, minder bewegen en gewichtstoename? En wie voert daarover het gesprek met een inwoner? Het antwoord hoeft niet één specifieke professional te zijn. Misschien is juist degene bij wie iemand zich veilig voelt de goede persoon. Dat roept vervolgens een heel andere gezamenlijke vraag op: beschikken professionals over voldoende gedeelde kennis en spreken zij voldoende dezelfde taal om zo’n gesprek te kunnen voeren?
Dat is precies de beweging die Janet nu in de groep ziet. Waar de eerste reflex bij een probleem gemakkelijk kan zijn ‘naar wie kunnen we deze inwoner verwijzen?’, ontstaat steeds meer de vraag: wat moeten wij als professionals gezamenlijk in onze eigen rugzak hebben om inwoners beter te kunnen helpen?

Van overleg naar een lerend netwerk

De samenwerking levert ondertussen ook heel praktische verbindingen op. Zo is gekeken hoe de verwijzing naar en de terugkoppeling van de deelnemers aan de GLI beter kan worden ingericht. Tijdens de derde bijeenkomst waarin cultuur en obesitas centraal stond, werd duidelijk dat het STIP beschikt over een aantal vrijwilligers met verschillende culturele achtergronden die graag willen helpen om de verbinding te leggen tussen professional en patiënt. Dit was de overige professionals aan tafel niet bekend. Inmiddels is ook een jeugdverpleegkundige van de GGD aangesloten die zich bezighoudt met kinderen met overgewicht. Een student van het Radboudumc is aanwezig bij de bijeenkomsten en interviewt daarnaast een aantal obesitas patiënten. Met als doel om de resultaten goed te documenteren en te evalueren en aanbevelingen te kunnen doen voor een structurele inbedding van het hechte wijkverband in Lindenholt en andere wijken.

Voor Janet zit de winst op dit moment misschien nog wel het meest in het proces zelf. De groep is inmiddels voor de derde keer bij elkaar geweest. De aanvankelijke vraag waarom er eigenlijk nóg een samenwerkingsverband nodig was, heeft plaatsgemaakt voor energie om gezamenlijk verder te onderzoeken wat in Lindenholt beter kan.

Inspiratie voor meer wijken

En daarmee laat Lindenholt iets zien wat ook voor andere wijken interessant kan zijn. Een hecht wijkverband hoeft niet te beginnen met een nieuwe structuur of met het compleet maken van een organogram. Het kan ook beginnen met een vraagstuk dat professionals in hun dagelijkse werk herkennen. Eerst samen aan de inhoud werken en van daaruit ontdekken welke samenwerking nodig is. Dat past bij de manier waarop WijkGezond de hechte wijkverbanden wil ontwikkelen: niet overal hetzelfde model neerzetten, maar aansluiten bij wat in een wijk al bestaat en bij de gezondheidsvragen die daar spelen. Zo groeit het netwerk niet omdat het op papier moet, maar omdat professionals ervaren wat het hun samenwerking – en uiteindelijk de inwoners van de wijk – kan opleveren.

Op de foto: Mark van de Wel/Louky van Orsouw (huisartsen), Eus de Wit (Bindkracht 10), Mari-José Jeuken (Apotheek Lindenholt), Inez Verhoef (diëtiste Profitt), Nienke Westerhof (GGD Gelderland-Zuid), Casper Rubens (Radboud) en Janet Kleis (wijkcoördinator WijkGezond in Lindenholt en directeur WGCL).